Thierry Boutsen en Eric van de Poele hebben een bijzondere band met Circuit Zolder. Het sprak dan ook voor zich dat zij en één van hun bolides hun opwachting zouden maken tijdens de traditionele Zolder Historic Grand Prix/Concours d’Elégance!
1984. Op het ogenblik dat Thierry Boutsen zich opmaakte om achter het stuur van de Arrows A7 aan de start te verschijnen in zijn eerste Belgian Grand Prix op Circuit Zolder, beleefde neofiet Eric van de Poele een moeilijk debuut in de hoogstaande Franse Formule 3…

Eén jaar later zat deze Van de Poele zonder centen en zonder stuur voor het komende seizoen. Op initiatief van BMW Belgium-sportmanager Hughes de Fierlant werden ondertussen de journalisten van de toenmalige Belgian Racing Press Club gevraagd een rijder te kiezen die achter het stuur van een Juma BMW 323i mocht deelnemen aan het BK Circuit. Aanvankelijk zou er voor elke race een nieuwe rijder worden gekozen, maar omdat er dan telkens diende gezocht te worden naar een andere afstelling van de bijna serie Groep N-BMW, stelde Julien ‘Juma’ Mampaey voor om één rijder voor het volledige seizoen te gaan. De meeste journalisten wisten van de problemen van Van de Poele, hij was vrij en hapte meteen toe op de vraag van de BRPC-journalisten! Tijdens de openingsmanche van het BK tijdens het New Race Festival reed VdP in de Juma BMW in zijn allereerste race naar een 4de plaats.
Geholpen door zijn prestaties in ’85 werd Eric daarop aangezocht voor een zit in de favoriete Waterloo Motors/Lease Plan-BMW 535i en, ja, twaalf maanden later behaalde hij tijdens hetzelfde New Race Festival zijn allereerste grote overwinning en won van zesvoudig Belgisch kampioen Alain Semoulin! Datzelfde jaar werd hij voor de Zolderse EG Trophy door BMW Juma gevraagd de BMW 635 CSi, die in de kleuren stond van Lease Plan en in de 24 Uren van Spa nog werd bestuurd door, jawel, Thierry Boutsen, te delen met Hans Heyer. Na een sterke race verloren zij slechts door de komst van de pace-car nipt een zekere podiumplaats aan de TWR Rover Vitesse van Walkinshaw-Percy. Een prestatie die niet onderbelicht bleef bij de aanwezige verantwoordelijken van BMW Motorsport en die, opnieuw Hughes de Fierlant en ook Chris ‘Juma’ Van der Auwera, de mama van Bart Mampaey, toelieten Eric bij BMW Motorsport te positioneren voor de selecties van het BMW Junior Team.

Omdat hij geen Duits sprak, diende hij zich enkel tijdens de tests op de piste te meten met de Duitse concurrenten. Dat volstond voor juryvoorzitter Niki Lauda om de Belg op te nemen binnen de rangen van het BMW Junior Team/Zakspeed voor een seizoen in DTM in 1987. Na de start van het DTM op het circuit van Hockenheim, trad hij in de Zolderse Bergischer Löwe aan voor eigen publiek.
Op een doornatte piste en geplaagd door een lekke band kwam hij daar niet verder dan een tiende plaats. Hij won dat jaar overigens geen enkele race en het was pas na een spannende finale dat hij met drie puntjes verschil wel de fel begeerde Duitse titel behaalde.

Het leverde hem voor het seizoen ’88 het statuut op van BMW Motorsport-fabriekscoureur, voor een laatste campagne in het EK Toerisme. Aan de zijde van Schnitzer-kopman Roberto Ravaglia won Eric de Zolderse EG Trophy en dat hielp de Italiaan richting een tweede bekroning als Europees kampioen!
Toen Boutsen aan zijn achtste volledige seizoen begon in Formule 1 – ondanks drie overwinningen voor Williams Renault moest hij in ‘91 aan de slag bij Ligier – kreeg hij daar het gezelschap van niemand minder dan Eric van de Poele! Vijf jaar na zijn komst bij BMW Juma en een switch naar de Formule 3000, de toenmalige wachtkamer van de Formule 1, slaagde het management van VdP erin om een zit te versieren in het kleurrijke Modena Lamborghini-team. De korte passage in de koninginneklasse – na Lambo was er nog Brabham en Fondmetal – was geen succes en daarop keerde VdP terug naar de toerwagenklasse. Zoals in de Belgian Procar 93 waarin hij in een BMW M3 (opnieuw) uitkwam voor Waterloo Motors/Lease Plan en in het Zolderse New Race Festival meteen tweede eindigde!

Op het einde van dat seizoen maakte Ford Motorsport bekend dat Thierry Boutsen in ’94 met een Ford Mondeo Eggenberger – remember zijn tweede plaats met de zwarte Texaco Sierra Cosworth in de Zolderse EG Trophy in ‘87 – aan de slag zou gaan in de dan toonaangevende Duitse STW Cup. Halfweg ’93 had Boutsen immers besloten om na de Belgian Grand Prix de Formule 1 achter zich te laten en doordat de Duitse tegenhanger van het DTM voor de derde afspraak zijn tenten opsloeg in de paddock van Circuit Zolder, keerde Thierry Boutsen terug naar de bron van zijn lange autosportcarrière, het Limburgse circuit waar hij in de renschool van André Pilette de eerste kneepjes van het vak leerde.
Hij zou met de Mondeo nog twee keer met het STW naar Circuit Zolder afzakken, maar na een andermaal moeilijke openingsrace op zijn home-circuit – de 4×4 Mondeo van bij Schübel bleek in ’96 geen maat voor de dominante Audi A4 quattro – en een laatste rit op het Nederlandse TT Circuit Assen, hield Thierry het Ford-verhaal voor bekeken. Afscheid van het Limburgse tracé nam Thierry als rijder in stijl door in ’98 met een Porsche 996, samen met Marc Goossens en Nederlander Patrick Huisman, de 24 Uren van Zolder op zijn naam te schrijven!
Terugspoelen naar 1978. Gedreven om in de sporen te treden van Jacky Ickx, in het zogenaamde ‘après Ickx’-tijdperk, probeerde een generatie jonge rijders om zich vanuit de Britse klassen en de Europese éénzitterij naar de top te werken. We denken in de eerste plaats aan Claude Bourgoignie (Europees kampioen F. Ford), Willy Braillard (internationale Super VW, éénmalig Formule 2), Patrick Nève (met hulp van Belle-Vue bij Williams in een oudbakken March naar de F1), Bernard De Dryver (in de Europese F2), Pierre Dieudonné of Hervé Regout – allen met de hulp van de Belgische Bang&Olufsen-invoerder – en niet op zijn minst Daniël Herregods in de Europese Formule 3. Deze laatste begon onder de vlag van Racing for Belgium, zeg maar RNT avant la lettre, aan een onmogelijke opdracht.

Het mislukken van die laatste poging leidde ertoe dat bepaalde invloedrijke personen het welletjes vonden met het slecht of niet goed begeleiden van jonge welpen in de zoektocht naar een nieuwe Belgische vertegenwoordiger in de Formule 1. Het waren Jacky Ickx himself, Maurice Beliën en Jo Coopmans, het toenmalige sterke duo van Circuit Zolder, en niet op zijn minst Marlboro die de handen (en de middelen) bij elkaar sloegen en kersvers Formule Ford-kampioen Boutsen toelieten om in 1979 onder de vlag van Racing for Zolder in een goede context aan de start te verschijnen van de Europese Formule 3.

Vijf jaar eerder maakte Boutsen bij André Pilette op, jawel, Circuit Zolder, kennis met de racerij. Pilette runde er de fameuze Pilette Racing School – ‘chez Pilette rien que des vedettes’ – en organiseerde voor zijn leerlingen mini-races waarin zij uitkwamen in ietwat verouderde Formule Vee’s. Boutsen won er zijn allereerste race! Guy Ugeux, vader van later Belgisch Procar-kampioen Sébastien Ugeux, was een goede kennis/klant van vader Boutsen, hij bracht voor de Franstalige krant La Cité verslag uit over de Belgische racerij en legde het contact tussen de familie Boutsen en Jean-François Vaney, een Zwitserse rijder-constructeur die in de buurt van het circuit van Nijvel was neergestreken en nadien onderdak vond op Circuit Zolder. Het was achter het stuur van een geleende Vaney dat Boutsen op het Circuit Zolder zijn allereerste Formule Ford-race bezegelde op een bescheiden 10de plek. Na een eerste volledig en moeilijk seizoen – een tweede plek op Circuit Zolder als beste score – met de Hawke DL 17 in de Benelux Formule Ford volgde in ’78 de overstap naar de Crosslé 30F, die hij als gediplomeerd autotechnicus samen met mecanicien Jaak Wijts runde en telkens tot in de puntjes klaarstoomde. Het succes bleef niet uit: van de zeventien races in het Benelux Formule Ford-kampioenschap won Boutsen er liefst veertien, waarvan zes triomfen op Circuit Zolder. Eén keer moest hij vrede nemen met een tweede plaats op Circuit Zolder, achter groot rivaal Fons Taels!

Alle elementen waren aanwezig om Boutsen voluit te steunen in de overstap naar de Formule 3. In de allereerste outing in de Ralt RT1 Toyota op Circuit Zolder ging Boutsen prompt voor goud. Na dit leerjaar (met nadien het wisselen voor de meer potente March 793 Toyota) ging hij in ’80 in de Martini MK31 Toyota van het Franse Oreca voor de Europese titel. Winst in de openingsmanche op de Nürburgring en een tweede succes op Circuit Zolder, maar, helaas, nipt titelverlies in de finale en allesbeslissende laatste EK-round op hetzelfde Limburgse tracé. Als vice-Europese Formule 3-kampioen, achter de betreurde Michele Alboreto, wist Boutsen zich gesteund door dezelfde partners en kon hij overstappen naar de Formule 2, de laatste wachtkamer van de Formule 1.

Gezien de relatie Marlboro/Circuit Zolder sprak het voor zich dat de eerste campagne in die Europese Formule 2 werd voorgesteld in het dan gloednieuwe ontvangstcentrum en Boutsen op het Zolderse asfaltlint de March 812 BMW aan de tand voelde. Racen voor het thuispubliek gebeurde dat jaar in Spa. Net zoals dat het geval was in ’82, na, alweer, het schouwen van de nieuwe Spirit 201 Honda-troepen op Circuit Zolder.
De terugkeer van de Formule 1 naar wat ondertussen bekend staat als het ‘mooiste circuit ter wereld’ hielp de entourage van Boutsen om na het mislopen van een debuut in Formule 1 met de Spirit 101 Honda alles uit de kast te halen om Boutsen in de Arrows A6 Cosworth aan de start te brengen van zijn Belgian Grand Prix en zo, in de zesde race van het seizoen, opnieuw een Belgische rijder te verwelkomen in Formule 1.

Via de fameuze alternance tussen Spa-Francorchamps en Circuit Zolder keerde de Formule 1 in ’84 terug naar Limburg en mochten zowel Boutsen als het Belgische publiek er kennismaken met de fonkelnieuwe Arrows A7 BMW. Als 17de op de grid moest Boutsen echter al in de 15de ronde de Arrows Barclay aan de kant zetten. Een herkansing kwam er niet: de Formule 1 verkaste vanaf ’85 voorgoed naar de Belgische Ardennen. Niettemin mocht Circuit Zolder bij aanvang van het derde full seizoen van Boutsen de Formule 1 nog eens verwelkomen, zij het via de persvoorstelling van de troepen van het verenigde Boutsen-Surer-Barclay en de Arrows A8 BMW Turbo. Met op het asfalt daarentegen de Arrows A6, de auto van het debuut van Thierry, met deze keer autosportjournalisten die achtereenvolgens plaatsnamen in de nauwe cockpit, goed voor enkele rondjes achter een soort safety car!

In zijn carrière heeft Circuit Zolder duidelijk een belangrijke rol gespeeld en om dat aspect te vereeuwigen besloot de directie van Circuit Zolder als eerbetoon aan Thierry om de chicane, vlak voor de Sacramentshelling, in 2018 om te dopen tot de Thierry Boutsen Chicane. Op die manier blijft zijn naam voor altijd verbonden met Circuit Zolder.
