Locomotieven

F3 - Daniël Herregods - March 783 Toyota
Daniël Herregods begon in de March 783 Toyota van de stichting Racing for Belgium - zeg maar RNT avant la lettre - aan een onmogelijke missie. Bemerk VHM Racing als één van de partners, wat staat voor Marcel Van Hool. Foto Archief DH

Het is een algemeen fenomeen dat bepaalde prestaties van sporters jongeren aanzet om zich massaal op die bepaalde sporten te gooien en het voorbeeld van iemand als Nina Derwael, Nafi Thiam of Loena Hendrickx proberen te volgen. Dat effect had alleszins de opgang van Thierry Boutsen naar de Formule 1, nadat het een hele tijd wachten was op een opvolger van Jacky Ickx. De lijst is lang van de Belgen die het tot dan in de periode van ‘après Ickx’ probeerden waar te maken. We hebben het dan in de eerste plaats over Claude Bourgoignie (Europees kampioen F. Ford), Willy Braillard (Formule Vee, Formule 3 en éénmalig Formule 2), Bernard de Saint Hubert (Super VW), Patrick Nève (met hulp van Belle-Vue bij Williams in een oudbakken March naar de F1), Bernard De Dryver, dezelfde Bourgoignie, Pierre Dieudonné of Hervé Regout – allen met de hulp van de Belgische Bang&Olufsen-invoerder – en niet op zijn minst Daniël Herregods.

Het waren precies de eerder misgelopen pogingen die RACB er toch toe bewoog om deze Herregods, vicekampioen in de Europese Super VW, achter Arie Luyendijk, onder de vlag van de stichting Racing for Belgium – zeg maar RNT avant la lettre – in 1978 af te vaardigen in de hoogstaande Europese F3.

Thierry Boutsen - Formule 2 - Spirit Honda - 1982
Vanaf 1979 genoot Thierry Boutsen het volle vertrouwen van het Belgian Marlboro Team en Louis de Poortere om het tot in de Formule 1 te schoppen. Na meerdere leerjaren in F3 en F2, zoals in dat laatste jaar met de Spirit Honda. Foto Marlboro Press

Ondanks alle goede bedoelingen misrekende RACB zich volledig bij het ondersteunen en vooral bij elkaar schrapen van het nodige budget en Herregods kwam nooit in de buurt van titelspelers zoals Anders Olofsson, Jan Lammers, Teo Fabi of Patrick Gaillard. Het falen van Herregods/RACB leidde ertoe dat bepaalde invloedrijke personen het welletjes vonden met het slecht of niet goed begeleiden van jonge welpen in de zoektocht naar een opvolger voor Jacky Ickx. Het waren Maurice Beliën en Jo Coopmans, het toenmalige sterke duo van Circuit Zolder, dat met Racing for Zolder (een bewuste verwijzing naar wat RACB eerder niet kon waarmaken…) en Marlboro de handen (en de middelen) bij elkaar sloegen en kersvers F. Ford-kampioen Boutsen toelieten om in 1979 in een goede context aan de start te verschijnen van dezelfde Europese F3. De rest van het verhaal kennen we: na een tweede seizoen in F3 en twee keer F2 – en telkens vicekampioen – kon Boutsen opnieuw dankzij verenigde krachten in ’83 tijdens de Belgische Grand Prix debuteren in Formule 1 en zeven jaar later in ’89 in Australië de eerste GP op zijn naam schrijven!

Via het Belgian Marlboro Team, Racing for Zolder én Louis De Poortere kreeg op zijn beurt Didier Theys de kans om zich in de Europese F3 te manifesteren tegenover latere F1-rijders zoals Gerhard Berger en Emanuelle Pirro. Foto Marlboro Press
 

Gedreven door de doorbraak van een Belg in de F1 wou men bij Marlboro niet op de lauweren rusten en in de schaduw van Boutsen kregen andere jongelingen de kans zich te ontplooien en op hun beurt te timmeren aan een carrière in de éénzitterij. Via het genaamde Belgian Marlboro Team kwamen alzo een hele serie rijders aan de bak, met bovenaan Boutsen-secondant Didier Theys en later Eric Bachelart, Harald Huysman, Bertrand Gachot, Vincent Radermecker, Kurt Mollekens en zelfs Marc Goossens, terwijl onder de vlag van Marlboro Proformula een pak jonge rijders – we denken hierbij aan een zekere Vincent Vosse – dikke premies konden opstrijken, waarmee zij hun jaarbudget konden rondkrijgen.

Marlboro koos duidelijk voor een lange termijn-politiek. Ook in rally stond Marlboro (samen met het toenmalige Opel Team Belgium) borg voor het laten doorbreken van beloftevolle Belgen. We hebben het dan over Bruno Thiry en vooral Freddy Loix, die in het WK Rally met Marlboro op de flanken kon aantreden voor de fabrieksteams van Toyota, Mitsubishi en (even) Peugeot.

Na een lange periode bij Toyota kon Freddy Loix, nog steeds dankzij Marlboro, aan de slag bij Mitsubishi (en zelfs nadien bij Peugeot). Foto RallyWorld Willy Weyens

Het voorbeeld van de Marlboro filière kreeg navolging. Zo stond Lease Plan en hun sterke man Hugo Levecke borg voor de komst van Eric van de Poele in twee seizoenen in F3000 en kon zijn management hem in ’91 tot in de F1 brengen, waarmee ons landje prompt drie vertegenwoordigers (*) telde in de koninginnenklasse! Hetzelfde verhaal met Fina dat na sponsoring van zowat de meest uiteenlopende programma’s resoluut de kaart trok van de eenzitterij en Frans F3-kampioen David Saelens bijna aan de poort bracht van de Formule 1. Na het behalen van de F3-titel – en het winnen van de befaamde Masters op Circuit Zandvoort – in 1998 sloeg Fina het voor een overstap naar de F3000 op een akkoord met het debuterende WRT Fina Racing van Gabriele Rafanelli, via de Bigazzi BMW’s geen onbekende bij Fina.

Met drie achtereenvolgende niet-kwalificaties werd het voor sponsor Fina en Saelens een ontnuchterend debuut. Bij Fina greep men meteen in en ging daarop in zee met het ervaren Supernova van David Sears, waarmee Saelens in de eerstvolgende round op Magny-Cours prompt voor de derde plek ging. Het worldwide partnership van BMW met Fina en het daarop nakende akkoord tussen BMW en F1 Williams, zette de F1-deur op een kier voor de Belgische Fina-beschermeling. Helaas. Enige tijd later ging Fina op in de grote groep TotalFina en kwam er aldus abrupt een einde aan het partnership met BMW én het verwezenlijken van de droom van de West-Vlaming. De kersverse F1 Williams BMW kwam daarop in 2000 in handen van nieuwkomer Jenson Button – in ’99 in de 24 Uren van Spa nog co van Saelens én Enge in de Rafanelli Fina BMW’s – en Ralf Schumacher, wegens Duitser én BMW.

Geen F1 bij Williams BMW voor David Saelens, maar wél een derde seizoen in F3000. Foto Benoît Bouchez

In dezelfde periode zette Kurt Mollekens – zie ook Prosper Mollekens / Van caféploeg tot topper in Formule 3 – met de hulp van Pierre Van Vliet, F1-journalist en zo goed thuis in de wereld van de éénzitterij, en, niet onbelangrijk, ‘Magic’ Pascal Witmeur onder de vlag van Witmeur Team KTR de operatie Spirit of Belgium op poten. Met in die F3000 rijders van dienst Bas Leinders, Jeffrey Van Hooydonk en nadien Yves Olivier. Wat we van die rijke periode – vijf Belgische rijders, twee Belgische teams – onthielden, was het op Spielberg A1 Ring niet kunnen verzilveren van een eerste, full Belgian, startrij: Saelens-Van Hooydonk (pole position) misten compleet hun start… Datzelfde jaar stond Astromega – lees de familie Van Hool – borg voor de doorbraak van Marc Goossens, die… jawel, een zekere Fernando Alonso toeliet in Spa voor de overwinning te gaan! Zonder Spirit of Belgium ging KTR – in associatie met Team Arden van Christian Horner, ondertussen ex-Red Bull F1! – nog even verder in de laatste F1-wachtkamer, net zoals de formatie van Mikke Van Hool.

Jeffrey Van Hooydonk – hier in gesprek met vader Mike – maakte deel uit van het ambitieus Witmeur Team KTR/Spirit of Belgium-programma in F3000. Op de achtergrond bemerken we Belg Jacky Eeckelaert, dan ingenieur bij Sauber, en aandachtige toeschouwer in de zeer Belgische F3000-pitlane. Foto Archief Jesco Inkart

Het uitblijven van een duidelijke lange termijn-denken is nooit écht van toepassing geweest binnen het RACB National Team. Bij de lancering ervan in 2008 klonk het nochtans duidelijk dat deze nieuwe Equipe Nationale Belge als doel vooropstelde om opnieuw een Belg in de Formule 1 te krijgen. Een eerste stap in die richting was het binnen het nieuwgevormde RNT opnemen van Bertrand Baguette voor een campagne in de World Series by Renault. Baguette won één jaar later de Series en mocht als kampioen op het Spaanse Jerez zijn bips schuiven in een heuse Renault F1 R29 en werd één dag later ontboden door Sauber BMW om te gaan voor een tweede testsessie achter het stuur van de F1. We herinneren ons nog beelden van Bertrand en zijn entourage in de hospitality van Sauber tijdens de Belgian Grand Prix, druk in gesprek met Mario Theissen van BMW Motorsport, maar daar hield de F1-droom dan ook op voor de Luikenaar… Bijna een gelijkaardig verhaal voor Stoffel Vandoorne, die datzelfde jaar het RNT-zitje won voor een debuut in Eurocup F4 en zich vier jaar later zag opgenomen in het McLaren Young Driver Programme en, met dank aan de goede arbeid van zijn manager Richard Goddard en de introductie van Alexander Wurz, in 2016 in F1 debuteerde bij McLaren-Honda!

In 2016 heette Stoffel Vandoorne nog ‘McLaren Test and Reserve Driver’. Foto GDC

De aanwezigheid van Vandoorne bij McLaren-Honda zorgde ervoor dat Honda Belgium tijdens het Brusselse Autosalon groots uitpakte – een handtekeningsessie voor Jan Modaal als top of the bill – en van de gelegenheid profiteerde om ook het licht te laten schijnen op de Honda Civic TCR die in 2016 ging deelnemen aan het nieuwe TCR Benelux. Een TCR Benelux waarvoor aanvankelijk het RACB National Team bedankte. “Dit seizoen wordt er opnieuw een jonge rijder (m/v) gerekruteerd. De winnaar krijgt een volledig programma aangeboden in de veelbelovende TCR International Series 2016”, lazen we op 18 januari 2015 in het persbericht de quote van Geoffrey Theunis, de bezieler van het RNT. Twaalf maanden later had hij duidelijk zijn kar moeten keren, want RACB was immers één van de partners van TCR Benelux en kon het niet maken dat een vertegenwoordiger van het ‘vlaggenschip’ in een buitenlandse serie en dus niet in een Nederlands-Belgisch-Luxemburgs kampioenschap zou aantreden. Enter het duo Dejonghe-Dupont voor twee seizoenen met een door WRT gerunde gele SEAT.

Aanvankelijk zou de winnaar van het RNT TCR Stuurwiel solo racen in de TCR International Series en niét in TCR Benelux. Foto Jacques Letihon

Het gevoerde beleid blijft meer dan dubbelzinnig. Geoffrey Theunis is, sinds 2013, ook manager van Thierry Neuville (en ondertussen ook van Bertrand Baguette). Winnaars van een Stuurwiel van het RNT dienen logischerwijze een contract te ondertekenen met RACB en wie is daar de vertegenwoordiger van ’den bond’? Jawel, Geoffroy Theunis, dan als ‘General Manager van RACB National Team’. Welke pet draagt hij bij onderhandelingen met broodheer RACB? Die van het RNT of die van rijdersmanager? Hij onderhandelt dus met zichzelf en die schizofrene situatie roept vragen op bij zijn rol als (toekomstig) ‘manager’ van jongens/meisjes die het mogelijk waarmaken – of net niet – als vertegenwoordiger van het RACB National Team.

Dries Van Langendonck werd weliswaar opgevist door het RNT, maar is in de eerste plaats een product van het McLaren Driver Development Programme. Foto F4 UK

Het keurslijf waarin RNT-geselecteerden zich dreigen op te sluiten leidde ertoe dat Grégoire Munster bedankte voor de RACB Rally Challenge-selecties, omdat hij en BMA, het team van vader Bernard, een ambitieus aanbod kregen van Hyundai en hij via zijn dubbele Belgisch-Luxemburgse nationaliteit – met dank aan mama Munster – bovendien kon rekenen op de steun van de Luxemburgse federatie. Ook Dries Vanthoor gaf er de voorkeur aan om vroegtijdig op eigen benen en met succes carrière te maken. Anderen maakten geen schijn van kans om er überhaupt voor uit te komen. We hebben het dan over Ean ‘Oakman’ Eyckmans die té oud werd bevonden, maar nu wél onder de kundige leiding zit van All Road Management – lees Nicolas Todt, ook manager van Ferrari-rijder Charles Leclerc! – en in de Spaanse F4 vooraan meedraait. Karter Dries Van Langendonck werd dan weer pas opgevist nadat hij met verve wereldkampioen was geworden én er een tussenkomst nodig was van een RACB-topman om de jonge Limburger toch te laten opnemen in de rangen van het RACB National Team… Logisch, in de wetenschap dat de jonge Limburger (toen al) op het verlanglijstje stond van Red Bull, Williams én het McLaren Driver Development Programme en ondertussen bij zijn debuut in de autosport meteen schitterde in de Britse F4! De lijst is lang met namen van RNT-laureaten – we denken in het bijzonder aan Benjamin Bailly – die na een eerste, niet perfect verlopen seizoen, geen (eerlijke) tweede kans kregen. Het is trouwens onder de hoede van deze Bailly dat de 16-jarige Thomas Strauven in de Spaanse F4 sterk aan de leiding staat en toont dat hij met een goede begeleiding – lees Bailly Driver Development – geen nood heeft aan een stickertje van RNT op de zijflanken…

Thomas Strauven, samen met René Lammers en Ean Eyckmans ofte een Top 3 in de Spaanse F4. Strauven zit onder de hoede van het Benjamin Driver Development terwijl Eyckmans begeleiding krijgt van All Road Management van Nicolas Todt, ook de manager van Ferrari-rijder Charles Leclerc! Foto Archief Ean Eyckmans

Na het behalen van de wereldtitel klonk het – ook uit de mond van speecher Ickx – dat Neuville de rallysport terug op de kaart had gezet, dat hij een locomotief zou zijn voor de Belgische rallysport en anderen zijn voorbeeld willen gaan volgen. Stop. In tegenstelling tot wat we met Boutsen & Co beleefden, haken er bij Neuville (en het RNT) weinig of geen wagonnetjes aan de locomotief, laat staan dat zij gevuld zijn, of de reizigers over voldoende middelen beschikken om de rit vol te maken. Te meer daar hetzelfde RNT het in 2025 over een geheel andere boeg gooide – vrouw- en milieuvriendelijk – en via de operatie “Rally Girls” een laureate zocht om uit te komen in de ondergeschikte ADAC Opel Electric Rally Cup. Het is alweer van 2019 geleden dat het RNT nog écht op zoek ging naar een zeg maar toekomstige Neuville – laureaat Rensonnet draaide daarop twee jaar mee in het WK – en nu voor het BK Junior 2026 via een nieuwe talentenjacht samen met Opel nog eens op zoek gaat naar, zowaar, twee kandidaten voor de strijd om de Junior-titel.

Nochtans hebben we dit jaar de 18-jarige Thomas Martens die met eigen middelen – geen RNT te zien – in het JWRC uitkomt en voor zijn sterk debuut in Zweden werd uitgeroepen tot Best Rookie. Had het niet logischer (en eenvoudiger) geweest om deze Martens wat ruggesteun te geven – versta, wat de Nederlandse KNAF veelvuldig deed via Talent First – en geen zoveelste ‘Volant’ op poten te zetten? Thomas zal er zijn slaap niet om laten: dankzij het nieuwgevormde I4RACE van Laurent Dujacquier en een handvol Waalse ondernemers – ook op circuit actief met Comtoyou Racing – weet  ‘The Ginger One’ zich immers omringd door de juiste mensen op de juiste plaats (en met de nodige middelen). Deze investeringsgroep liet Thomas alvast toe het JWRC te verruilen voor een pk-rijkere Citroën C3 Rally 2, waarmee hij aan de start verscheen in de East Belgian Rally en later Spa Rally!

De campagne in het JWRC begon voor Thomas Martens uitstekend in de Rally van Zweden: naast een zesde plek werd hij voor zijn Zweeds debuut bedacht met de titel ‘Best Rookie’ ! Foto Buzz Agency

Over dat JWRC gesproken. Sébastien Loeb kon als JWRC-kampioen in 2002 met Citroën doorgroeien naar het WRC – waar hij het opnieuw opnam tegen een zekere François Duval, dan met Ford voor een mixed programma JWRC/WRC – maar we kunnen niet genoeg benadrukken dat in de eerste jaren van de nieuwe eeuw liefst zeven (7) constructeurs in dat WRC borg stonden voor het aan de start brengen van niet minder dan 37 verschillende rijders!

Hoewel Neuville met zijn 36 lentes nog voor een jonge snaak kan doorgaan, moeten we beseffen dat hij zijn eerste hoogdagen nog beleefde in een tijd dat constructeurs en niet op zijn minst Belgische merkenimporteurs oog (en centen) hadden voor autosportbezigheden.

Het was immers in een samenwerking tussen RACB en Ford Belgium dat de genaamde Ford RACB Rally Contest op poten werd gezet, Neuville er als winnaar uitkwam en een ‘gratis’ seizoen kreeg aangeboden in de genaamde Ford Fiesta Sporting Trophy. Pas daarop zag hij zich ingelijfd bij het RACB National Team en vervolgens werd de Oostkantonner opgenomen binnen Peugeot Team Belgium Luxembourg, hetgeen hem toeliet in 2011 internationaal door te breken en in IRC zowel Corsica als Sanremo op zijn naam te schrijven. In 2012 schoof hij zo door naar het WRC.

De geboorte van de Ford RACB Rally Contest, eind 2006, was onrechtstreeks het gevolg van het stopzetten – en het bij RACB vrijmaken van budgetten – van de RACB Formula Renault Academy-talentenjacht. In die periode werd er bij de federatie hard gewerkt aan een wederopstanding van het BK Rally en uiteraard dacht men daarbij ook aan het vormen van jongeren.

Dankzij Peugeot Team Belgium Luxembourg kon Thierry Neuville zich in het IRC-kampioenschap in de kijker rijden en doorgroeien naar het WRC. Foto Tom Buysse

We zijn ondertussen in 2025. De economische en niet op zijn minst ecologische realiteit maakt dat autosport niet langer bovenaan de verlanglijst staat van grote automerken. Tenzij men de hedendaagse autotechniek – elektrisch, hybride – wil gaan etaleren in hoogstaande, internationaal goed klinkende en mediagenieke competities, zoals Formule 1, Le Mans of het minder tot de verbeelding sprekende Formula E. En dat is allerminst spek voor de bek van een merkenimporteur, die als enige autosportmissie het ondersteunen overhoudt van zo’n internationale aanwezigheid. Zoals de Belgische Hyundai-importeur dat vorig jaar deed voor de finale van het WRC, door zowat alle Belgische media – op uitzondering van de Mediahuis-kranten – op reis te sturen naar Japan en, geholpen door de wereldkroon van Neuville, gedurende de dagen voor, tijdens en na de WRC-ontknoping alle voorpagina’s, nieuwssites en tv-zenders, ook VTM, te kapen.

Nu er bij de Koreaanse constructeur – en hun luxemerk Genesis – stemmen opgaan om het rallyprogramma volledig te verruilen voor een krachtmeeting in het Franse La Sarthe zou uittredend wereldkampioen Neuville in 2027 wel eens zonder WRC-werkgever dreigen te vallen. In tegenstelling tot Le Mans (met in 2027 Ford erbij als zoveelste constructeur) en ook Formule 1 – waar het Amerikaanse Cadillac de reeds bestaande grid komt versterken – beschikt het WRC nog over twee en een halve constructeur (in afwachting van het debuut van een Lancia Ypsilon Rally2 en in de verte iets over een Prodrive Dacia…).

Te veel kandidaat-rijders en te weinig zitjes. Pakweg tien jaar geleden zou wereldkampioen Neuville en zijn management nog op de shortlist hebben kunnen staan van VW Motorsport dat dan met WRC Polo de reeds afgezwakte concurrentie naar huis reed. Nog in 2016 bestond het dat hetzelfde VW via hun Motorsport-afdeling raceklare TCR Golfs van de band liet rollen en aan de start verschenen in internationale en nationale – zie TCR Benelux – competities en de Belgian VW Club, maar liefst 50.000 € startpremie schonk aan elke VW-rijder. Weet iemand wat VW heden ten dage uitvoert? Buiten het in Duitsland sluiten van fabrieken…

Tot en met 2016 bond VW Motorsport met de VW Polo WRC nog de titelstrijd aan met Hyundai, M-Sport Ford en het genaamde Abu Dhabi Total Citroën WRT. Foto VW Motorsport

(*) In die periode werd er vaak geschreven over ‘drie landgenoten in de Formule 1’, Boutsen-van de Poele-Gachot. Bertrand Gachot was evenwel een in het Brusselse wonende Fransman, die lange tijd met een RACB-vergunning rondreed (vandaar ook dat de ere-jury hem in 1991 naar aanleiding van de overwinning in Le Mans uitroep tot Belgisch Kampioen der Bestuurders).