De gemiste overwinningen van BMW

24 Hours Spa 2022
Het trio Catsburg-Farfus-Yelloly leek in 2022 op weg naar een 25ste overwinning van een BMW in de 24 Uren van Spa... Foto BMW Press

BMW komt nu aan een totaal van 25 overwinningen in de 24 Uren van Francorchamps! Een indrukwekkend gegeven en een terugblik op de geschiedenis van de Spa-etmaalrace leert ons dat de Bayerische Motoren Werke dit jaar voor minstens een hypothetische 35ste succes hadden kunnen tekenen in de Belgische Ardennen…

Hoewel BMW in de allereerste ‘moderne’ 24 Uren de toon zette en het duo Aaltonen-Hahne in de BMW 1800 Ti uiteindelijk tweede eindigde, zag het er met vijftig minuten te gaan nog naar uit dat BMW vrede diende te nemen met een derde plaats, achter de twee Mercedessen. Daarop werd de leidende Mercedes van Böhringer-Glemser wegens een niet reglementaire herstelling uitgesloten en verschenen Crevits-Gosselin, totdan tweede, aan de spits met één ronde voorsprong op de BMW. Voorgoed.

Doorspoelen naar 1973. Na de vlotte overwinning (de vierde in de serie) van de ‘works’-BMW van Quester-Hezemans zou het nog tot ’78 duren vooraleer BMW nog eens naast de prijzen greep in de Ardennen! Dat verlies was een beetje het gevolg van de totdan laatste triomf in ’77, die van Joosen-Andruet. Omdat BMW door de CSI (voorloper van FIA) op de vingers werd getikt voor het niet geheel volgens de regels homologeren van de fameuze 530 IUS, zag men een hele tijd geen Duitse vertegenwoordigers meer in de paddock van toerwagenracerij en dienden de betrokken teams het voortaan te stellen met de minder potente 530i.

Na het schrappen van de fameuze 530 IUS moesten teams zoals Joosen Racing/Juma het vanaf ’78 stellen met de minder potente 530i. Derek Bell gleed in de #1 vroegtijdig van de baan en Eddy Joosen stapte meteen over op de #2 van het duo Dirk Vermeersch-Raymond Van Hove. Geholpen door een schuiver van Gordon Spice verscheen het BMW-trio aan de leiding, maar na 14 uur-racen geraakte de Capri van Spice-Pilette voorbij de vermoeide BMW Juma. Foto Archief LePlan GT.

Het was enkel via de hulp van BMW Belgium, Belgische sponsors en andere BMW-filialen zoals BMW France dat er oplossingen werden gevonden om meerdere BMW-teams te laten uitrukken. Gezien er geen internationaal reglement gold, paste elk land zo’n beetje zijn eigen Production-wetten toe en dat vertaalde zich in de 24 Uren in ’80 in het toepassen van reglementen à la carte. Zo opteerde het Belgische BMW Joosen Racing-Juma voor het Britse reglement, hetgeen hen toeliet een grotere benzinetank te gebruiken, maar toen de auto’s de technische keuring in Spa passeerden, bleken de Antwerpse BMW’s niet conform met het UK-reglement: in tegenstelling tot wat gold in de Belgische teksten, mochten in het land van de Queen de bumpers niet  verwijderd worden! Resultaat: op de parking in Francorchamps stonden meerdere dienstauto’s van BMW zonder voor- of achterbumpers en op de foto’s van de bewuste, zwarte BMW’s is duidelijk te zien dat het plaatsen van bumpers niet echt strookte met de decoratie…

Het was dan ook vooral dankzij strategie en uithouding dat de, zeg maar Joosen Racing/Juma 530i een rol van betekenis bleef spelen in de strijd tegen de Capri (78, 79, 80) en vooral Mazda RX7 (81), maar, helaas, vier keer nipt naast de hoofdprijs greep…

1978. Bourgoignie-Wisell domineerden in de ‘oude’ BMW 3.0 CSi tot zondagochtend, Foto ©GtS.

In 1978 – het laatste jaar op het oude circuit – gaven aanvankelijk Bourgoignie-Wisell (BMW 3.0) de toon aan en domineerden de ganse nacht, voor Spice-Pilette (Capri). Na de opgave van de BMW Coupé en een kleine sortie van Spice namen debutanten Vermeersch-Van Hove, met de overgestapte Joosen, de 1ste plaats over. De Belga Capri zette de achtervolging in en geraakte pas na 14 uur-racen voorbij de vermoeide Juma Carling Black Label-BMW.

Zonder sponsors besloot Eddy Joosen in ’79 zelf in te staan voor de inzet van de twee BMW’s 530i. En met succes, want zondagochtend telden Joosen-Andruet zeven ronden voorsprong op de Capri van de Martin-broers. De breuk en herstelling van een krukasflens kostte de BMW-tandem 36’. De Capri, gestart als 24ste, nam het commando over, de Juma BMW ging nog in de aanval, maar strandde op 2 ronden van de winnende Capri.

1979. De Juma-BMW van Joosen-Andruet telde zeven ronden voorsprong op de later winnende Capri van de Martin-broers. Foto ©GtS

In 1980 reed de Juma BMW (opnieuw in de kleuren van Carling Black Label-bieren) van Joosen, Dieudonné en Vermeersch (die insprong als derde man, maar evengoed bleef racen in de #17 die hij deelde met Herregods) 239 ronden aan de spits, maar klokke 13 uur verloren zij 11’30 voor het vervangen van de McPhersons. De Martin-broers gingen naar plaats 1, maar na een schuiver en tijdrovende herstelling, bedroeg het verschil tussen de Capri van Martin-Martin en de Juma BMW slechts 3’. Joosen-Dieudonné-Vermeersch verloren de overwinning voor een verschil van zes kilometer!

In het 7de wedstrijduur van de 24 Uren in ’81 verscheen de Juma Bastos BMW van Joosen-Vermeersch-Andruet aan de leiding, maar de Mazda RX7 “made by TWR” vertoefde toen al in de buurt van rood-witte berline. Pas in het 18de uur schoten Walkinshaw-Dieudonné voorbij de BMW. Tot een finale eindsprint kwam het niet, vermits de BMW klokke 13 uur met technische averij de pitlane binnensukkelde en alleen nog de tweede plaats kon veiligstellen.

De gemiste overwinningen
In 1981 greep BMW, met Joosen Juma, voor de vierde achtereenvolgende keer naast de hoofdprijs en moest vrede nemen met een tweede plaats! Foto  ©Fred Bayet.

Het succes (en het ontbreken van duidelijke regels) van de Production Cars noopte de FI(S)A ertoe om naast Groep B (rally) en Groep C (sportwagens) in Toerisme de Groep A te lanceren, waardoor de 24 Uren vanaf 1982 terug op de internationale kalender stond en de aandacht trok van constructeurs, zoals Jaguar en BMW. Omdat de 528i niet echt de vergelijking had doorstaan met de snellere Jaguar XJS volgde nog geen jaar later de homologatie van de 635 CSi. Met succes, want Quester werd in een Schnitzer BMW Europees kampioen.

In ’84 waren TWR, Schnitzer én Juma opnieuw de grote gangmakers in de Ardennen. In de dichte mist kwam de BMW van Tassin-Cudini-Snobeck in contact met de Schnitzer-BMW van Stuck-Quester-Weaver en beiden liepen lichte schade op. Incidenten waardoor de groene TWR Jaguar in het dertiende uur bovenaan de tabellen opdook. Een positie die Walkinshaw-Heyer-Percy niet meer zouden afstaan. De Supercat won met drie ronden voorsprong van de Juma-BMW.

1984. De gevolgen van de aanrijding van de Juma BMW van Tassin-Cudini-Snobeck (met Cudini toen achter het stuur) met de Schnitzer BMW van Stuck-Quester-Weaver waren duidelijk te zien aan de achterkant van de 635. Het liet de Jaguar XJS toe de leiding over te nemen en met drie ronden voorsprong te winnen van de Juma. Foto ©Paul Kooyman

In 1989 streden Grouillard en Tarquini in de Bigazzi-BMW’s alsof er een Grand Prix werd betwist. Alléén Tarquini, bijgestaan door “der Alte” Quester en Béguin overleefde de dolle nacht, terwijl Brancatelli in de later winnende Sierra Cosworth in aanrijding kwam met Ravaglia en alzo kostbare tijd verloor. Zondagmiddag zette Quester de leidende Bigazzi aan de kant met een stukke koppeling. Ravaglia werd de nieuwe leider, maar een regenbui noopte iedereen tot een vroegtijdige pitstop. De Schnitzer BMW bleef meer dan een half uur stilstaan: de eerste zege van een turbo-aangedreven auto was binnen schot! Ravaglia-Heger-Giroix werden tweede…

1989. De Bigazzi BMW, in Bastos Castrol-kleuren, van Quester-Tarquini-Béguin overleefde de dolle nacht en kwam, geholpen door de aanrijding tussen de later winnende Ford Sierra Cosworth en de Schnitzer BMW van Ravaglia, aan de leiding. Zondagmiddag moest ‘Der Alte’ Quester de M3 met een stukke koppeling aan de kant zetten. Foto ©Paul Kooyman

In 1991 kon niemand iets ondernemen tegen het overwicht van de Nissan Skyline! In training bleek het Japanse pk-beest drie seconden sneller dan de zwakkere tegenstanders, lees twee minder snelle CiBiEmme BMW’s M3 en een meute Porsches. BMW liet overigens Spa links liggen. Wegens samenvallen met DTM in Diepholz en het aldaar afvaardigen van ‘works’-teams Schnitzer, Bigazzi en Linder. In wedstrijd hadden de Japanners voldoende reserve om aan een strak ritme de race vol te maken en niet één keer om te kijken naar de CiBiEmme-BMW’s. Pirro-Ravaglia-Van de Poele gaven ’s morgens op en met de finish in het zicht pakten Joosen-Béguin-Martin naast de tweede plaats.

Na het roemloos optreden in ’99 van de BMW’s van Rafanelli (ex-Bigazzi) met de Radigues-Duez-Vosse en Saelens-Enge-Button (jawel Jenson) waren Martin-Tassin-Moureau er in 2000 bijna in geslaagd om voor BMW een 22ste overwinning te behalen. Op één uur van de eindmeet telde de leidende Peugeot 306 van Defourny-Mollekens-Bouvy zeven ronden voorsprong op de Duitse Düller-Groep N BMW M3, maar de motor van de Kronos-auto maakte een raar geluid en bleek op drie cilinders te draaien. Aan een slakkengangetje tufte de gehavende 306 naar de finish, terwijl Martin de achtervolging inzette. Na veertig minuten spanning en een waarachtige Hitchcock-finale strandde hij op 1’55 van de winnende Peugeot. Een prachtig slotstuk van het verhaal van de toerwagens in de 24 Uren, want in 2001 werd er resoluut gekozen voor de GT-wagens. Zonder BMW.

2000. De Groep N-BMW M3 van Martin-Tassin-Moreau strandde op 1’55 van de winnende Peugeot. Foto RACE

Helemaal Spa loslaten deed men niet in München, meerbepaald in Freilassing. Het was via een deelname in… Belcar en het alzo verkrijgen van een GT National-homologatie dat het Team Schnitzer BMW in 2004 terugkeerde naar “hun” 24 Uren met twee M3 V8 GTR. Stuck-Muller-Muller kwamen evenwel niet verder dan een 6de plaats algemeen.

Ook in 2010 profiteerde Schnitzer van een nationale homologatie (GTN) om uit te pakken met de veel besproken M3 E92. Op 40’ van de geblokte vlag zag het er zelfs naar uit dat die 22ste triomf er zat aan te komen, totdat de nr. 79 even van de baan sukkelde en met averij de pitlane indook en er 4 ronden diende prijs te geven. Toch eindigden Werner-Muller-Adorf nog derde, voor de andere M3 van het trio Muller-Lamy-Alzen.

2010. Op 40′ van de geblokte vlag zat die 22ste triomf eraan te komen. Werner-Muller-Adorf brachten de Schnitzer M3 E92 nog in derde stelling over de eindmeet. Foto ©BMW Press.

In 2011 bewezen Maxime Martin en maats Hennerici en Leinders met een “pole position” dat er potentieel zat in de Beierse Z4 van het Belgische Marc VDS. Het was evenwel het Duitse Team Schubert dat de maidentrip van de Z4 in de 24 Uren bekroonde met een tweede plaats voor Werner-Hurtgen-Sandström, zij het op 2 ronden van de voor de eerste keer winnende Audi R8…

In 2014 hadden Luhr-Werner-Paltalla in de Belgische Z4 zicht op de eindoverwinning, totdat zij op een kwartier van de geblokte vlag werden ingehaald door de Audi R8 van Vanthoor-Winkelhock-Rast en met een verschil van zes seconden de overwinning verspeelden…

De gemiste overwinningen
2014. Op een kwartier van de finish werd de BMW Z4 van Marc VDS ingehaald door de Audi R8 en volgde er (nog) geen 22ste succes in de 24 Uren. Foto ©Martijn Wouters-Autosport.be

Eén jaar later kwam er, eindelijk, die nummer 22 en daarop volgde meteen de 23ste – mét Maxime Martin – en in 2018 de 24ste triomf! De 25ste grootste beker voor de Beierse Motoren Werke leek er aan te komen in de editie 2022. Tot zondagochtend het trio Catsburg-Farfus-Yelloly in de #98 Rowe Racing BMW kreeg af te rekenen met een lekke band…  

Resultaat: minstens 10 keer moest een BMW vrede nemen met nipt verlies en of een tweede plaats…

De 25 overwinningen :

1965 : BMW 1800 – P. Ickx-Langlois

1966:  BMW 2000 TI – H. Hahne-J. Ickx

1970:  BMW 2800 CS – Huber-Kelleners (Alpina)

1973 : BMW 3.0 CSL -Hezemans-Quester (BMW Motorsport)                                              

1974 : BMW 3.0 Csi – Xhenceval-Peltier (Luigi)

1975 : BMW 3.0 Csi – Xhenceval-de Fierlant (Luigi)

1976 : BMW 3.0 CSL  – Detrin-“Chavan”-Demuth (Emilio)

1977:  BMW 530 IUS – Joosen-Andruet (Juma)

1982:  BMW 528i – A. Hahne-Heyer-Joosen (Juma)

1983:  BMW 635 CSI – Tassin-Heyer-A. Hahne (Juma)

1985 : BMW 635 CSI – Ravaglia-Berger-Surer (Schnitzer)

1986:  BMW 635 CSI – Quester-Heger-Tassin (Schnitzer)

1987:  BMW M3 – Van de Poele-J.M. Martin-Theys (CiBiEmme)

1988:  BMW M3 – Heger-Quester-Ravaglia (Schnitzer)

1990:  BMW M3 – Cecotto-Giroix-Oestreich (Schnitzer)

1992:  BMW M3 – Soper-J.M. Martin-Danner (Bigazzi)

1994:  BMW 320i – Tassin-Ravaglia-Burgstaller (Bigazzi)

1995:  BMW 320i – J.Winkelhock-Soper-Kox (Schnitzer)

1996:  BMW 320i – Tassin-Müller-Burgstaller (Bigazzi)

1997:  BMW 320i – de Radiguès-Duez-Hélary (Bigazzi)

1998:  BMW 318i – Duez-Cudini-van de Poele (Juma Racing)

2015:  BMW Z4 – Paltalla-Luhr-Catsburg (Marc VDS)

2016:  BMW M6 – Eng-M. Martin-Sims (Rowe Racing)

2018:  BMW M6 – Blomqvist-Eng-Krognes (Walkenhorst Racing)

2023: BMW M4 GT3 – Eng-Wittmann-Yelloly (Rowe Racing)